|
De Windhonden
De jacht met windhonden in Egypte.
De oude Egyptenaren jaagden vooral vanuit door paarden getrokken wagentjes en te voet. Voor de lange afstanden gebruikten ze Greyhounds en Salukis, op een afbeelding zo’n 1350 v.Chr. zie je farao Toetanchamon tijdens de jacht op struisvogels, naast de wagen lopen windhonden. Het coursen met windhonden was heel populair, ze werden gebruikt bij de jacht op gazellen, antilopen en hazen.
Ook farao Antef II word afgebeeld met jachthonden die lijken op Greyhounds en een Basenji. De rijke Grieken en Romeinen mochten van de koningen en keizers vrij jagen omdat die zich liever bezig hielden met hondengevechten in de arena’s.
De geschiedschrijver Xenophan die rond 430 v.Chr. leefde schreef over de jacht op hazen, herten, wilde zwijnen, vossen, beren en wolven. Zelf jaagt hij met windhonden op hazen. De windhonden drijven de hazen in een net zodat ze gedood kunnen worden.
Flavius Arrianus schrijft circa 350 jaar na Xenophan over de ‘vertragus’ een snelle Keltische windhond die geweldig presteerde in de achtervolgingen. Het woord ‘vertragus’ zou afstammen van het Keltische woord voor snelheid.
De jacht met windhonden in Azië
Van 10.000 – 5000 v.Chr. was de jacht op de gazelle heel belangrijk, naast haas en vos werden de gazellen als vlees voorziening gebruikt. Daarbij werd er gebruik gemaakt van windhonden en roofvogels.
Het africhten van valken en haviken voor de jacht gaat in centraal Azië door tot zeker 2000 v.Chr. In oude geschriften wordt de Saluki ook aangeduid als gazellehound en kan dus als zeer oud beschouwd worden.
In zuid Iran is een beroemd aardewerk opgegraven dat stamt uit de periode van Sialk I en II, dat is zo’n 4000 jaar voor Chr. hierop staan springbokken en windhonden afgebeeld.

Tazy.
Het verspreidingsgebied van de windhonden liep van het nabije oosten tot aan centraal Azië met verschillende uitlopers. De windhonden worden allemaal Tazy genoemd, wat in het Perzisch en de daardoor beïnvloede Aziatische talen ‘Arabier’ zou betekenen.

In Turkije, Iran, Kazachstan en Afghanistan spreekt men van de Tazy met uitspraakvariaties, zoals Tasi, Thasi of Tadzji, in het Kirgizisch heet de Tazy Taigan.
In Noord Afrika word een windhond Sloegi genoemd met als variant Saluki. Het Arabische Slughi is spreektaal en Saluki is schrijftaal, daarbij worden de reuen bedoeld, de teef zou Slughija en Silaga heten, in meervoud Salag worden genoemd. Dit zou afgeleid kunnen zijn van Seleucia, het oude Helleense rijk (circa 2200 jaar geleden).
Russische en Poolse kynologen fokken nu de Aborigenji ofwel de ‘inheemse’ Afghaanse windhond met kortere vachten dan de moderne Afghaanse windhond. Dit zijn raszuivere honden die naar eigen Afghaanse richtlijnen gefokt worden.
In het nabije oosten zoals Turkije en Saoedi Arabië komt de Tazy nog in veel lokale vormen voor, ze lijken veel op de hedendaagse Saluki. Een westerse variant van de Tazy, de krimwindhond heeft als voorvader van de Russische windhond gediend. De krimwindhond is in 1900 uitgestorven.
De zwaarder gebouwde Kaukasische en bergwindhonden zijn ook uitgestorven. In de vroegste middeleeuwen kwamen deze honden via Moldavie, Bulgarije en Roemenie naar Europa.

Tajgan.
De Tajgan is een zeer zeldzame windhond die leeft in het Tjen-sjan berggebied in Kirgizië of Kyrgyzan, op de huidige grens met China. Op papier zijn deze windhonden nog 100% raszuiver. De Tajgan onderscheid zich doordat hij wat zwaarder van bouw is dan de Tazy, in de winter hebben ze veel onderwol, in de zomer zijn ze veel kaler. De oren zijn bedekt met dicht lang zacht haar en tussen de tenen zit dik stug haar en op de kop en nek zit ook dik krullerig haar. De staart is bevederd en de achterkant van de poten ook.
Dit artikel is samengesteld door Corine, als bronnen zijn gebruikt Onze Hond, jaargang 1996-2008 en het internet.
Snuffel verder bij windhonden
Snuffel verder bij hondenrassen
|