|
Voor Wie?
Gedragstherapie is bedoeld voor elke eigenaar die een probleem heeft met het gedrag van zijn hond.
Dit kan betekenen dat de hond gedrag vertoont waar de hond zelf last van heeft zoals bijvoorbeeld bang om alleen te zijn, bang zijn voor andere honden, bang zijn voor bepaalde (veel voorkomende) geluiden. Dit kan zich onder andere uiten in het vernielen van spullen, overmatig blaffen of automutileren (zelfverwonding). Ook kan het gedrag zijn waar de eigenaar of de omgeving last van heeft zoals trekken aan de lijn, uitvallen naar andere honden of mensen of zelf bijtgedrag. Al deze gedragingen gebeuren niet zomaar. De hond kan zich bijvoorbeeld onzeker voelen of last hebben van agressie. Vaak is het zo dat eigenaar de hond niet begrijpt en daardoor verkeerd reageert op het gedrag van de hond. Voordat je het weet zit je in een vicieuze cirkel en gaat het van kwaad tot erger.
Het besluit om met een hond een gedragstherapeut te raadplegen komt vaak niet zomaar. De hond wordt vaak door verwezen door de dierenarts, nadat al een aantal dingen geprobeerd zijn.
Vertoont je hond gedrag waarbij het je niet lukt om dit zelf op te lossen, dan kun je altijd zelf contact opnemen met een gedragstherapeut. Blijf er niet te lang mee tobben want dat kan een nadelig effect op je relatie met je hond en je omgeving hebben.
Als je begint met een opleiding gedragstherapie, beland je automatisch bij het onderdeel, wat een hond aankan zetten, om een afwijkend gedrag te vertonen.
Dit wordt in de gedragstherapie benoemd met de: motivationele factoren.
Motivationele factor betekent:
Factoren die niet zelf de gedragsreactie opwekken, maar wel noodzakelijke voorwaarden zijn, om samen met de deblokkerende prikkel (prikkels die gedrag opwekken) de gedragsreactie in een bepaalde situatie te laten optreden.
Motivationele factoren zijn:
1. (Patho) Fysiologische / medische basis
Bijvoorbeeld: ziekten en verwondingen, hormonen, voeding.
2. Erfelijke aanleg
Bijvoorbeeld: afwijkingen aan het skelet, rode cockersyndroom, golden retrieversyndroom, verder kijken naar combinatie ouders in andere nesten.
3. Slechte socialisatie
Bijvoorbeeld: niet verrijkt opgroeien als pup, voor de zeven weken uit het nest gehaald worden.
4. Traumatische ervaringen (niet aan leeftijd gebonden, vaak situatie gebonden)
Bijvoorbeeld: mishandeling, wisselen van eigenaar, schrikreactie, pijn, dwang, etc.
5. Verstoorde dominantie verhoudingen:
Bijvoorbeeld: dominant gedrag van de hond of de eigenaar, onderdanig gedrag van de hond of de eigenaar, onhandelbaar gedrag.
6. Conditionering
Bijvoorbeeld: door de eigenaar verkeert aangeleerd gedrag werkt probleem versterkend, zelfbelonend gedrag van de hond.
7. Te sterke eigenaar hond binding
Bijvoorbeeld: hond kan geen moment zonder de eigenaar.
8. Territorium
Bijvoorbeeld: mand, huis, voordeurbel complex.
9. Onbekend
Totaal geen motivationele factoren aanwezig
Belangrijk is dus om te weten dat men pas een therapie in mag zetten als je zeker weet dat de hond medisch volledig gezond is. Medische en erfelijke aandoeningen kunnen grote gedragsproblemen geven. Vandaar dat wij de belangrijkste voor u op een rijtje hebben gezet.
Een gezonde hond zal aan een aantal normaalwaarden moeten voldoen.
Alleen dan kunt u een zieke hond van een gezonde hond onderscheiden.
Snuffel verder bij brainstorming dogz
|