|
| Contact |
| College van Bestuur |
| Collegedagen |
| De Faculteit |
| Route Campus |
| Curriculem |
| Inschrijven College |
| Het Collegegeld |
| De Huisregels |
| Bob's F.A.Q. |
|
Bob's uni-versi-taire begrippenlijst
Alma Mater: De universiteit waar je gestudeerd hebt. Alma Mater verwijst naar de school of universiteit waar iemand zijn opleiding heeft gevolgd: de school die hem 'gevoed heeft met kennis'. Alma Mater is Latijn voor voedende of zorgende moeder. Alumnus: Iemand die aan de besproken universiteit gestudeerd heeft. Een alumnus (mv alumni, vr alumna) is een afgestudeerde, oud-student van een universiteit. Het woord is afkomstig uit het Latijn en betekent 'leerling' of 'kwekeling'. Bul: Diploma of getuigschrift. Een bul is een officieel document van pausen, vorsten en universiteiten. Het woord bul komt van het Latijnse bulla. Campus: Terrein met universiteitsgebouwen. In het Latijn betekent campus 'open ruimte' of 'veld'. In het Nederlands kennen we het beter als aanduiding voor een universiteitsterrein waarop woningen en voorzieningen voor zowel docenten als studenten aanwezig zijn. College van Bestuur: Dagelijks bestuur van de universiteit. Een college van bestuur is in Nederland het centrale bestuursorgaan van een hogeschool of universiteit. Cum laude: ‘Met lof’, het hoogste judicium bij examens. Criteria kunnen per opleiding verschillen. Curriculum: Onderwijsprogramma van de totale opleiding. Letterlijk: verloop (curriculum vitae = levensloop). Dies Natalis: De term dies natalis, Latijn voor geboortedag is een uitdrukking die gebruikt wordt voor de verjaardag van een organisatie, veelal universiteiten en studentenverenigingen. Faculteiten: Hoofdafdelingen van de universiteit waarin onderzoek en onderwijs per wetenschapsgebied zijn gebundeld. Honoris causa: Letterlijk: op grond van eer (verdienste). Een eredoctoraat (doctoratus honoris causa) is een doctoraat dat wordt verleend aan personen die een uitzonderlijke prestatie hebben geleverd in de wetenschap, zonder dat daarover verslag is gelegd in een proefschrift. Ook komt het voor dat iemand een eredoctoraat krijgt voor niet-academische prestaties, Humaniora: Menswetenschappen. Humaniora betekent in het Latijn 'menselijker', de humaniora is dus letterlijk de studie die iemand tot mens vormt. Numerus fixus: Een door het Ministerie van Onderwijs vastgesteld maximaal aantal studenten per opleiding. Numerus fixus is Latijn en staat voor vastgesteld aantal. Als voor een opleiding een numerus fixus bestaat wordt slechts een beperkt aantal studenten tot die opleiding toegelaten. Puppydeuse: Inleidend deel van de universitaire opleiding, wordt afgesloten met het propedeutische examen. Is voorwaarde om bachelor- of masterexamen te kunnen doen. Vademecum: Handboek voor studenten. Een vademecum (Latijn voor 'ga met mij') is een naslagwerk, vaak van beperkte omvang, waarin specialistische informatie in overzichtelijke en beknopte vorm wordt weergegeven. Het vademecum dient vaak als informatiebron voor medewerkers die nieuw zijn in een bedrijf of instelling en daarmee snel op de hoogte kunnen raken van de in het bedrijf of in de instelling heersende gewoonten en werkwijzen. drs: Afkorting van doctorandus. Letterlijk: degene die nog doctor moet worden. Dat is iemand die het doctoraalexamen heeft gehaald, maar nog geen proefschrift heeft geschreven. Term van voor de invoering van de bachelor-masterstructuur. Bachelor: De eerste fase (meestal 10 colleges) van de academische opleiding. De indeling van de studie in bachelors en masters wil men in heel Europa invoeren. Master: Tweede fase (meestal 10 colleges) van de academische opleiding. De indeling van de studie in bachelors en masters wil men in heel Europa invoeren. dr: Afkorting van doctor: degene die met goed gevolg zijn academisch proefschrift heeft verdedigd. doctor honoris causa: Heeft een eredoctoraat, meestal verkregen op grond van grote maatschappelijke verdiensten.
|