Staande Honden

 

De nettenjacht.

De nettenjacht is één van de oudste vormen van jacht. In de loop der eeuwen is deze vorm van jagen steeds meer verfijnd en aangepast aan het type dier waarop gejaagd werd. Zo werd er op alle soorten wild gejaagd; wolven, wilde zwijnen, hazen, konijnen en vogels.

 

 

Je had het slagnet dat tussen stangen werd gevestigd, als er voldoende vogels op zaten werd het met een scherpe hoek neergeklapt. De Romeinen kregen er nog het wegnet bij, dat men tussen nauwe openingen hing, bijvoorbeeld smalle wegen en tussen de struiken. Door de netten met bladeren en takken te bedekken liep het wild er zo in. Het ringnet was voor het vangen van vossen en wolven gebruikt, ze werden in een net dat rond liep gevangen en daarna gedood.

 

 

In Noorwegen werden netten tussen eilanden gespannen waardoor ze watervogels konden vangen, dit waren er zoveel tegelijk dat door gebrek aan buit de nettenjacht stopte.  In Nederland word veel met netten op vogels gejaagd. Je hebt eendenkooien, vinkenbanen en netten voor goudplevieren dit werden trouwens wilsters genoemd, deze vangmethode met het net werd wilsterflappen genoemd. Door lokvogels en fluitjes werden de vogels gelokt op een net van 4 bij 25 meter, door allerlei technieken klapte het net dicht en kon je de vogels vangen. Sinds 1970 mag deze vangwijze niet meer gebruikt worden, alleen een paar mensen doen nog aan wilsterflappen.

Het kwettelen is een vangmethode met netten voor watervogels, het net werd tussen twee palen in het water gespannen, de laag vliegende vogels werden zo gevangen. Hieruit ontstond het war-, laat- en valflouwen om houtsnippen te vangen. Een andere vorm van nettenjacht is het vinkenslaan. ‘De druipbaan’ een rechthoekig veld van 80 meter lengte heeft aan de lange zijde netten ‘de deuren’, door kooitjes met vinken worden de vogels gelokt en via lange lijnen vanuit het vinkenhuisje worden de lange netten dichtgeklapt.

 

 

Hier komt het spreekwoord ‘op het vinkentouw zitten’ vandaan, iemand die op het vinkentouw zit wacht in spanning tot er iets gebeurt.

Door het gebruik van valken die er voor zorgden dat het wild zich drukte en honden die voor de vogels gingen staan om ze naar het net te drijven konden de netten over de vogels en honden geschoven worden, hieruit zijn de voorliggende honden ontstaan die later voorstaande honden werden. Deze honden waren heel rustig en kalm omdat er geen geweren werden gebruikt en er niet geapporteerd hoefde te worden. Deze voorstaande honden kwamen vooral uit de zuidelijke streken van Europa en gingen via België naar noord Europese landen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Spaanse honden waren wat lomper en trager en de Italiaanse honden waren adelijker, slanker en sneller.

In die tijd had Nederland te maken met de tachtigjarige oorlog en Duitsland met de dertigjarige oorlog 1618-1648, waardoor hier pas later met de verbetering van de jachthonden begonnen is. Uit deze tijd stammen de oude vogelrassen zoals de Grote Münsterlander, Engelse Setter, Engelse Pointer en Epagneul Breton en Heidewachtel.

In Engeland gingen de honden niet voor de vogels staan maar liggen dit noemde men ‘sitting’ of ‘setting’ Spaniëls hieruit zijn de Setters ontstaan.

 

Dit artikel is samengesteld door Corine, als bronnen zijn gebruikt Onze Hond jaargang 1996 – 2008 en het internet.

 

 

Snuffel verder bij staande honden

 

Snuffel verder bij hondenrassen