Russische Herders

 

De Owtsjarki

De Russische Herdershonden rassen worden Owtsjarka ‘spreek uit Av-Tsjarka’ genoemd. Owtsjar is afgeleid van Owtsa, wat schaap betekend. Owtsjarka komt van Owtsjar wat schaapherder betekend.

Je hebt de Kawkazskaja Owtsjarka of Kaukasische herdershond. De centraal Aziatische Owtsjarka of Srjednje Aziatskaja Owtsjarka, en de Zuidrussische of Joezjnoroesskaja Owtsjarka.

 

 

De Kaukasische herdershond.

De Kaukasische herdershond heeft zijn oorsprong in Azië en omvat de gebieden Georgië, Armenië, Azerbeidzjan, Turkestan, de Kalmukken en de streek rond de stad Astrakhan. Het Kaukasus hooggebergte ligt tussen de Zwarte zee en de Kaspische zee en is ongeveer 1280 kilometer lang. Circa 4000 jaar voor onze jaartelling werden er in dit gebied vierwielige paardenwagens gemaakt. Het paard is tussen 4500 en 3500 v.Chr. gedomesticeerd.

De hond is eerder dan het paard gedomesticeerd en de Kaukasische herder kan dus al zo’n 6000 jaar oud zijn, daardoor is dit ras samen met de herdershond van het Sjara gebergte en misschien het Karst plateau het meest oorspronkelijk.

Er zijn drie types; de kudde hoeder, die zijn standvastig en onbuigzaam, maar niet kwaadaardig naar mensen en huisdieren.

 

 

Ze hoeden het vee door ze in de hakken te bijten, daarnaast beschermen ze de kudde tegen wolven, beren en veedieven.

De waakhonden die huis en haard bewaken, niemand komt alleen het erf op, ze zijn zeer kwaadaardig naar vreemden, maar naar de familie gehoorzaam al hebben ze maar één baas. Ze blaffen veelvuldig en zullen aanvallen, buiten het gebied zijn ze niet agressief in niet bedreigende situaties.

De vechthonden worden gehouden door de rijken, deze houden wedenschappen tijdens de gevechten.

 

Het Kaukasische bergvolk is erg bijgelovig en houdt de honden achter slot en grendel, sommigen willen niet dat hun hond gefotografeerd wordt, omdat hij dan wel eens ziek kan worden. Om een pup te krijgen of een volwassen hond te zien moet je zeer goed bevriend zijn met de eigenaar.

 

 

Elk gebied heeft zijn eigen type hond, je hebt in ieder geval het bergtype en het steppetype, maar er zijn ook mengtypen hiervan. Het karakter van de Kaukasische herder is zo verschillend als de streektypen zelf, de één is agressiever en kwaadaardiger dan de ander, en daarmee is de handelbaarheid ook verschillend.

In een vreemde omgeving zijn ze eerst onverschillig en later terreinmeester, ze zijn zeer vechtlustig naar andere honden.

 

Een goed opgevoede Owtsjarka zal het bezoek zeer scherp in de gaten houden, ook al lijkt het dat de hond slaapt.

Je moet dus echt de baas zijn over deze hond zo niet dan neemt hij zelf de touwtjes in handen, met alle gevolgen van dien. Hij is verder zeer rustig en houd zich eerder wat afzijdig van de kudde of het gezin.

De Kaukasische herder is scherp van gevoel, zeer intelligent, beweeglijk, energiek, snel van reflex en ze hebben een sterke eigen wil. Ze zijn lief voor kinderen maar stel ze niet achter bij een gezinsuitbreiding.

Deze hond moet met een grote dosis hondenkennis, gezag, liefde, lofuitingen en een consequente opvoeding en veel gevoel voor de hond worden groot gebracht.

De perceelgrens is voor de Kaukaas niet altijd de territorium grens, die is zover als de hond kan kijken, dat kan wel 10 km zijn. Daardoor kan hij vreemden buiten zijn territorium tot stilstand brengen.

De oren worden in zijn geheel weggesneden, dit is gelukkig in Nederland verboden.

 

Centraal Aziatische Owtsjarka.

Centraal Azië omvat Tadsjikistan, Kazachstan, Kirgizië of Kyrgystan, Uzbekistan, Turkmenië, Afghanistan, Iran, Pakistan en Noord-India. Maar hun landsgrenzen zijn zeer kunstmatig omdat de nomaden over de landsgrenzen trokken met hun karavanen.

 

 

Zo trokken de Kushis’s of Powinders uit Afghanistan vroeger zeer geregeld door India en Pakistan met een snelheid van zo’n 25 km per dag. Zulke karavanen bestonden uit 1000 mannen, vrouwen en kinderen, 300 kamelen en vele schapen, geiten, ezels en kippen. Zo’n karavaan werd bewaakt door zo’n 20 Centraal Aziatische Owtsjarki, die de nomaden Koochi’s (Koetsji) noemden.

De verschillende landen hadden een diversiteit aan landschappen, bestaande uit steppen, woestijnen, valleien, heuvels en bergen. Er waren en zijn grote temperatuursverschillen waardoor er vele soorten Owtsjarki ontstonden.

De honden hadden verschillende kopvormen zoals het baksteen of paardenhoofd model stond voor een hond die grof en hoogbenig is. Wigvormige kop, lichter en smaller, meer wolfachtig deze zijn vrij droog, licht en hoogbenig.

De berenkoppen, meer gedrongen met naar verhouding kortere poten. De oren werden traditiegetrouw zeer kort afgesneden, de staart tot 1/3 ingekort. In sommige streken blijft de staart eraan.

 

 

Het benoemen van de rassen wordt bemoeilijkt door het feit dat ze verspreid zijn over verschillende landen en overal anders genoemd worden. In het Turkmeens worden ze Alabaj genoemd wat ‘bonte weelde’ betekend, deze honden zijn wit met platen en het geeft aan dat deze honden een groot maatschappelijk belang hadden. In het Russisch heb je vaak het woord Wolkadaw of Wolkadew wat ‘wolfshond’ betekend, hieronder scharen ze dan meerdere rassen.

De Centraal Aziaten zijn vooral kortharig maar toch hebben ze een vacht van zo’n 5 cm lang.

De langharen zijn 7-8 cm lang, halflang zit er tussenin. Alle kleuren en kleurschakeringen kun je vinden.

De Centraal Aziaten worden gebruikt voor de bewaking van schaapskudden en vee en in landelijk gebied houden ze de omgeving in de gaten vanaf de daken van de lemen hutjes. Ook worden ze ingezet bij de bewaking van gebouwen en bedrijfsterreinen.

De vreemde mensen en roofdieren worden van de kudde vandaan gehouden doordat de honden in teamverband werken. Ze zijn zeer scherp en wantrouwend, sterk, zeer onbevreesd met een actieve verdediging. Aan de andere kant zijn ze zeer beheerst en niet overmatig prikkelbaar. Alhoewel ze geen specifieke drijvers zijn houden ze de kudde wel bij elkaar.

Ook worden ze gebruikt als begeleider van karavanen.

 

 

In de steden worden ze gebruikt voor hondengevechten, dit zijn een soort worstelpartijen waarbij er amper gewonden vallen, als een hond heeft gewonnen dan worden ze naar de kant gedragen. Hierbij worden er flinke bedragen ingezet.

 

Zuid Russische Owtsjarka.

De oorspronkelijke taak van de zuid Russische Owtsjarka was het bewaken en hoeden van de schaapskudde.

Dit moesten ze zelfstandig doen zonder hulp van de herder. Eén taak was de orde handhaven als de schapen gingen drinken, dit moesten ze in kleine groepjes per keer doen anders zou de bron vertrapt worden.

 

 

Hierdoor heeft de zuidrus een unieke combinatie van waak, verdediging en hoeders-instincten. Door deze combinatie van eigenschappen vertonen zuidrussen een aangeboren wantrouwen en scherpte naar vreemden, maar een hoge mate van sensibiliteit en een uitgesproken aanleg om situaties te beheersen.

De zuidrus is hierdoor zelfstandig en onafhankelijk. De zuidrus is waakzaam, koppig, dominant maar loyaal naar de eigen mensen. Een gegeven bevel wordt op waarde ingeschat en als het zinvol is opgevolgd.

De zuidrus is zeer trouw aan de roedel en splitst de wereld ook in tweeën, mijn eigen roedel en niet eigen roedel, dit leert hij in de eerste vier maanden. Alleen als de eigenaar erbij is kan je het terrein betreden.

Het waken zit de zuidrus in de genen en kan er niet uitgetraind worden, wel kan het hanteerbaar gemaakt worden.

De zuidrus die nu in het westen wordt gefokt is minder scherp dan die in Rusland. Van oorsprong werden ze in Rusland vooral door de militaire kennels gefokt op scherpte, honden die op een show voedsel van een ander aannamen werden gediskwalificeerd, dit scherp maken deden ze al vanaf pup, door ze te provoceren tot agressie.

 

 

Dit is nu veranderd, het provoceren doen ze niet meer, maar ze zullen de honden nooit fokken op een zacht temperament, ze zullen geen rassen of werkhonden houden die niet waken.

Het functioneren van de zuidrus valt of staat met een goede socialisatie en opvoeding, maar ze blijven waakhonden ook als je wandelt, de meeste kunnen dan ook nooit loslopen. De zuidrus moet deel uitmaken van het gezin, ze zijn zeer intelligent en leren snel nieuwe dingen ook wat ze niet mogen! De socialisatie moet zeer positief en vreugdevol verlopen zodat hij zijn eigen roedel kan uitbreiden. Een puppycursus en vervolgcursus is een must, maar verwacht geen hoge graad van gehoorzaamheid.

 

Dit artikel is samengesteld oor Corine, als bronnen zijn gebruikt; Onze Hond jaargang 1996 – 2008 en het internet.

 

 

 

Snuffel verder in herders

 

Snuffel verder in hondenrassen