Lopende Honden en Zweethonden

 

De jacht in de oudheid.

De oudheid omvat de periode van circa 3000 jaar voor Chr. tot de val van het Romeinse Rijk in 476 na Chr. De geschiedenis en de cultuur van Mesopotamië, Egypte, Griekenland en Rome vormen samen de oudheid, uit deze tijd is veel over de jacht bekend.

Circa 3000 v. Chr. leven de Soemeriërs in Mesopotamië (nu Irak), het waren handelaren en veefokkers. Om voldoende vlees te kunnen eten jaagden ze op gazellen, wilde zwijnen, herten, wilde ezels en vogels. De manieren waarop ze jagen is niet bekend, er is wel een afbeelding van een jagende man met hond in de moerassen in Babylon.

 

 

Vanaf 2000 v. Chr. leven de Assyriërs in Mesopotamië, zij lieten veel afbeeldingen achter over de jacht. Zo is te zien dat ze met Mastiffachtige honden jaagden, op een afbeelding zijn Assyrische mannen te zien die de Mastiffs van koning Assurbanipal vasthouden. De koningen waren gek op het jagen op olifanten, leeuwen, gazellen en andere groot wild, zelfs het jagen met valken is dan al bekend. Voor de Assyriërs was de jacht zowel politiek als religieus. Als de koning succes had in de jacht dan waren de goden hem goed gezind en dan kon hij alleen maar een goede koning zijn. De Assyriërs zijn de eersten die een god van de jacht vereerden en wel Nergol. De Perzische koningen gingen door met de jachttechnieken van de Assyriërs, keizer Cyrus de grote van Perzië had grote Assyrische hounds waarmee hij ging jagen.

In Egypte word gejaagd met Mastiffachtigen voor groot wild, greyhounds en saluki’s voor lange afstanden en kleine terriërachtige honden voor het werk onder de grond. De jacht was voorbehouden aan de Farao’s die hulp kregen van professionele jagers. Als werktuigen werden gebruikt speren, pijlen en tomahawks, ook de jacht met het net komt tevoorschijn. De Egyptenaren verdiepen zich in het wild waarop ze jagen, hoe ze er uitzien wat hun leefwijze is, ze eerden ze door ze af te beelden op allerlei muren en voorwerpen. Als een jachthond heel goed was dan werd de hond gebalsemd en met de eigenaar begraven.

 

 

Door de eeuwen heen werden de goden van de jacht geëerd, Nergol in Mesopotamië, An(u)ket en Neith in Egypte, Artemis bij de Grieken en Diana bij de Romeinen. De Romeinse staatsman Flavius Arricinus en de Romeinse filosoof Seneca schrijven over de jacht, maar ook over de fokkerij, verzorging en voeding van de jachthond.

 

 

Bij de Beitsjacht met valken die grote vogels in de lucht moesten aanvallen komt voor het eerst de naam drijfhond naar voren, deze moesten het wild uit de dekking dreven.  In Frankrijk is de ‘Parforce’ jacht ontstaan met meute honden, dit was in de middeleeuwen. Hierbij werd er op vossen en herten gejaagd, de meutehonden waren Brakken. Bij deze jachtmethode was het de gewoonte om met een grote groep mensen te paard achter de meutehonden aan te rijden, deze worden geleid door een huntsman.

Twee vormen van de hedendaagse jacht zijn nog overgebleven uit de oudheid, dat is de windhonden coursing en de vossenjacht. De vossenjacht word met zweethonden of hounds gedaan.

 

Dit artikel is samengesteld door Corine, als bronnen zijn gebruikt Onze Hond, jaargang 1996-2008 en het internet.

 

 

Snuffel verder bij lopende honden en zweethonden

 

Snuffel verder bij hondenrassen