Duitse Herders

 

Duitsland had vroeger vele soorten herders honden, deze honden stonden bekend als Hütehunden.

De herders hadden als spreuk: “Het werk van de hond bepaald zijn aard en bouw”.

 

 

Het was Rittmeister Max von Stephanitz die zeer onder de indruk was van een bepaald type hond die bij de kudde werkte, de zelfstandigheid van de hond stond hem erg aan. Hij vond dit een goede basis voor een veelzijdige gebruikshond. In het begin fokte Von Stephanitz vele soorten door elkaar; langhaar, korthaar, ruwhaar en alle kleuren inclusief wit. Von Stephanitz had een eigen lijfspreuk; “Een goede herdershond kan geen slechte kleur hebben.”

 

Na jaren fokken ontstond er een vast type, dat in 1899 werd erkend als Duitse Herder.

In eerste instantie mochten alle vormen en kleurslagen mee doen, later werden langharige en witte honden geweerd, omdat men nog meer eenheid wilde hebben.

Door de smalle fokbasis en het feit dat men een aflopende rug wilde hebben om de stuwkracht van de achterhand te verbeteren wat achteraf niet het geval was, kreeg je Duitse Herders die gevoelig waren voor HD, hernia en spondylose, een botwoekering bij de rugwervels. Ook het karakter veranderde, er zijn nu instabiele nerveuze foklijnen binnen de Duitse Herder.

 

 

Vanaf het begin is de Duitse Herder als allround gebruikshond ingezet, en is op dit moment het meest gefokte ras ter wereld dat in alle landen als politie, leger, reddings en douanehond gebruikt wordt.

Mensen die de nieuwe Duitse Herder niet mooi en gedegenereerd vonden gingen het ras verbeteren. In Nederland gebeurde dat door de heer Saarloos met de Saarloos Wolfhond. Ook in Tsjechië kruiste men de Duitse Herder met een wolf om agressieve robuuste grensbewakers te krijgen die gezond van lijf waren. Deze kruisingen voldeden echter niet vanwege de terughoudendheid van de wolf, maar het ras is blijven bestaan als de Tsjechoslowaakse wolfhond.

 

Shiloh Shepherd.

In 1974 begon fokker Tina Barber uit Amerika met het herstel van de Duitse Herder, deze honden noemt men nu de Shiloh Shepherd. Zij kruiste de Duitse Herder met de Giant Malamute voor een groot formaat, intelligentie, een beter temperament en gezonde heupen.

De Shiloh Shepherd lijkt op de Duitse Herder is alleen een stuk groter (tussen de 71 en 81 cm) en heeft een beter karakter. Alle kleuren zijn toegestaan zowel in langharig als kortharig. Er zijn er een paar in Nederland.

 

 

Witte Herder.

De langharige en witte herders die uitgesloten werden van de fok kregen gelukkig nieuwe aanhangers die deze honden wel konden waarderen. Uit de witte Duitse Herder is de Schwiss White Shepherd ontstaan.

Eerst stond dit ras bekend als Amerikaans Canadese Witte Herder, omdat vooral in Noord Amerika deze witte herder massaal werd gefokt. Het ras werd echter niet erkend. Het is Zwitserland geweest die zich heeft hard gemaakt voor de erkenning van dit ras. Vandaar dat het ras nu is erkend als de Schwiss White Shepherd.

Ze hebben het temperament van de moderne Duitse Herder, ze willen graag werken en zijn veelzijdig inzetbaar.

Helaas komen er hier ook instabiele nerveuze lijnen voor.

 

 

Oud Duitse Herder.

Vooral in Oost Duitsland mochten de Alt Deutsche Hütenhunde hun werk bij de kudde nog doen. Door deze herders en een handjevol fokkers is de langharige Duitse Herder bekend als Oud Duitse Herder blijven bestaan.

Deze herdershond is groot en stevig gebouwd, heeft een rechte ruglijn en goede heupen. Ze hebben nog het oude Duitse herderskarakter, rustig, karaktervast, niet zenuwachtig en laten zich niet uit het veld slaan door hindernissen. 

De Oud Duitse Herder is een erkend ras van 63 tot 75 cm groot, wat graag werkt en waar je vele sporten mee kunt doen.

 

 

De splitsing van Duitsland na de tweede wereldoorlog heeft ervoor gezorgd dat er twee populaties Duitse Herders werden ontwikkeld. Aan de Oostkant richtte men zich op de diensthonden die opvielen door hun natuurlijke scherpte, hun gevarieerde kleuren en hun compacte bouw met krachtige koppen en beenderen. In het Westen ontwikkelde, mede door de commercie, de zwart-bruin gekleurde multi-inzetbare huishond, a la Commissaris Rex.

Nadat in 1990 de muur was gevallen viel heel de werkhondenwereld de voormalige DDR binnen en alle honden die ook maar enigszins op een werkhond leken werden opgekocht. Dit is de reden dat men in het oorspronkelijke Oost-Duitsland nog maar weinig honden zal tegenkomen met het oorspronkelijke DDR-bloed.

Veel liefhebbers van werkhonden koesteren de honden uit deze DDR-lijn vanwege hun natuurlijke scherpte en verdedigingsdrift (de hond heeft een van nature aangeboren moed om zijn baas te beschermen).

 

De Alt Deutsche Hütehunden zijn nog steeds aanwezig in Duitsland. Per gebied hebben ze een andere naam, maar ze lijken wel op elkaar.

 

 

De meest genoemde varianten zijn;

  • Schwarzen (zwart), Gelbbache (black and tan), Harzerfuchs (rood), alledrie lijken ze op een echte herder met stokhaar of halflang haar, met staande of tiporen.
  • Westerwalder Kuhhund
  • Ströbel, bouvierachtig, ruw en zwartharig.
  • Tiger, bluemerle variant.
  • Alt Deutsche Schafpudel, lijkend op de schapendoes
  • Würtenberger Hütehund, lijkend op een wetterhoun, zonder de krulstaart.
  • Stumper, honden met een aangeboren stompstaart.

 Het karakter van deze herdershonden is over het algemeen veel zachter dan die van de Duitse Herder.

Ze leren en werken graag maar missen de trekken die een Duitse Herder tot waakhond maakt.

 

 

Sommige zijn heel gematigd van temperament, als ze voldoende afleiding krijgen zijn ze heel rustig.

Het opgroeien gebeurt met pieken en dalen dat zich na negen maanden stabiliseert.

De Harzerfuchs wordt in Nederland op kleine schaal gefokt, daarmee wordt onder andere speur en reddingshonden werk, behendigheid, enz. gedaan.

 

 

Schafpudel.

Een andere Altdeutsche Hütehund die in Nederland voorkomt is de Altdeutsche Schafpudel die nauwverwant is aan de schapendoes, ze komen voor met hang- en tiporen. Begin deze eeuw werd dit ras in Duitsland herontdekt. Naar schatting zijn er nu nog zo’n 200 tot 300 honden, door een gecontroleerd fokbeleid hoopt men het ras te behouden.

 

 

De Schafpudel is een uitgesproken, vriendelijke, temperamentvolle en aanhankelijke hond. Hij richt zich sterk op het gezin, door zijn verleden blijft hij onder de wandeling altijd dicht bij zijn mensen om ze bij elkaar te houden.

De Schafpudel wil wat te doen hebben en is overal voor in, hij is intelligent en leert graag nieuwe dingen.

 

Hovawart.

Een nieuwe erfhond in Duitsland is de Hovawart. De voorouders van de Hovawart komen uit het Duitse Harzgebergte en het Odenwald. In de jaren twintig van de vorige eeuw leefden er op de boerenerven nog berghondachtige honden die het erf van de baas bewaakten.

 

 

In de 13e eeuw werden deze honden Hovewarten genoemd. Hove stond voor hof of erf en wart stond voor wachter of bewaker. Het was geen aanduiding voor een ras maar voor het werk wat ze deden. Deze erfhonden werden ook wel typhunden genoemd, ze stonden voor een bepaald type hond. Ze waren groot, krachtig en langharig, deze honden zijn gebruikt door König, later is de naam omgedoopt tot Hovawart.

De heer König zocht een hond die van nature kon waken zonder africhting, en die als waak en verdedigingshond kon worden gebruikt. Hij moest kunnen speuren, springen en apporteren. In de verdediging mocht hij pas ingrijpen als er echt iets aan de hand was. De Duitse Herder, Kuvazs, New Foundlander en Leonberger zijn gebruikt om het ras te perfectioneren.

In 1937 werd de Hovawart als ras erkend. Na de tweede wereldoorlog werd het ras weer opgebouwd.

Aangezien Duitsland in vier districten was verdeeld had je ook vier verschillende types Hovawarts.

Later kwam er meer eenheid in de honden en toen er geen vreemd bloed meer werd toegevoegd kwam men tot een zuiver ras.

 

 

Nu nog is de Hovawart een echte erfhond, door zijn berghonden bloed  is hij niet altijd makkelijk tot een hoge graad van gehoorzaamheid te krijgen. Desalniettemin is hij goed op te voeden omdat hij zeer baasgericht is. Een consequente niet harde opvoeding is vereist. Een goede gehoorzaamheidscursus kan zijn eigenzinnige en zelfstandige karakter in goede banen leiden.

De Hovawart is niet ingedeeld bij de herders maar bij de werkhonden. Het is een hond die vroeger veel werd gebruikt in de africhting. In het speuren en reddingshonden werk doet de Hovawart het ook goed.

 

Rottweiler.

Het laatste ras is de Rottweiler die jaren lang als veedrijver en manusje van alles is gebruikt op de boerderij. De Rottweiler stamt zoals zoveel Molosser-achtige honden af van de Tibetaanse Mastiff.

Alexander de Grote bracht deze honden naar Griekenland, later gebruikten de Romeinen deze honden als vechthonden in de arena. Op hun krijgstochten namen ze deze honden mee om het vee te drijven dat als voedsel moest dienen voor onderweg. Deze honden waren geweldige veedrijvers die al veel overeenkomsten vertoonden met de Rottweiler.

Op hun tochten kwamen ze in de Duitse provincie Rottweil terecht, in de stad met dezelfde naam.

 

 

In het plaatsje Rottweil kwamen handelaren van heinde en ver hun waar verkopen, zo ook de veehandelaren.

De honden die waren achter gebleven na de terugtocht van de Romeinen, kwamen goed van pas.

Ze dreven het vee naar de markt en op de terugweg hingen de boeren de geldbuidel om de nek van de hond.

Door gericht te gaan fokken kwam men tot de ideale hond die men naar de plaats Rottweil ging noemen dus Rottweiler. Naast het vee drijven moesten ze ook de goederen kar of melkkar trekken, maar ook het erf bewaken.

 

Beide oorlogen zorgden voor een terugslag van het ras maar door gerichte fok is het ras weer opgebouwd.

Nu is de Rottweiler een van de populairste rassen. In Amerika word hij veel gebruikt bij de politie, in het leger en bij gevangenissen. Ook als drugshond en reddingshond doet de Rottweiler het goed.

De Rottweiler heeft op de lijst gestaan van verboden honden maar door afspraken met de rasvereniging is hij daarvan afgehaald.

 

 

Deze afspraken zijn onder andere dat de fok heel streng is met karaktervaste honden, die een karaktertest hebben doorstaan. De ouderdieren hebben ook een gehoorzaamheid diploma. De fokker mag maar één nest tegelijk hebben, alle nesten worden goed gesocialiseerd. De koper moet een gedragscursus volgen.

De fokker mag maar één pup aan de koper verkopen.

Dit zijn een paar voor beelden van vele maatregelen genomen door de Rottweiler club. De Rottweiler moet consequent maar met zachte hand worden opgevoed, hij is rangorde gevoelig en heeft een echte baas nodig.

 

Dit artikel is geschreven door Corine, als bronnen zijn gebruikt; Onze Hond & Hondenmanieren jaargang 1997-2007 en het internet.

 

 

Snuffel verder bij de herders

 

Snuffel verder bij hondenrassen